Vijftienduizend euro, vroeger moest Doris daar een half jaar voor werken. Hij heeft geen idee over de waarde van het bedrag. Nog nooit heeft hij zelf zijn geld verdiend. Je zou denken dat een man van vijftig ondertussen zijn eigen boontjes kan doppen. Maar hij blijft streven naar meer en nieuwer zonder eigen inspanningen. Zijn wagen is amper 5 jaar oud maar hij moet en zal een nieuwe kopen met het geld van zijn moeder. Ze heeft het lang geprobeerd, hem iets bij te brengen over geldbeheer maar het lukte niet. Ze klikt op ‘overschrijven’.
Als ze straks deze aardbol verlaat dan kan ze haar zoon niet overlaten aan haar miljoenen. Het zou zijn ondergang worden.
‘Nul negen zeshonderd zeventig nul vijfentwintig.’ De kiestoon brengt haar tot rust waardoor ze bijna schrikt als er iemand opneemt aan de andere kant.
‘Notariskantoor De Bock, goeiemorgen, met Luca.’
‘Dag Luca, u spreekt met Doris Deridder. Ik wil graag een afspraak maken met de notaris om mijn testament te veranderen.’
‘Oké mevrouw Deridder, ik kijk in zijn agenda. Is het dringend?’
‘Dringend is relatief denk ik, ik ben drieëntachtig jaar, dat is zo’n leeftijd waarop een testament ieder moment dringend kan worden.’
‘Juist. Mevrouw de notaris heeft nog een gaatje over drie dagen, op vrijdag, om half zes. Lukt dat voor u?’
‘Dat is net voor mijn bedtijd maar ik zal die even uitstellen.’ Ze hoort de verwarring aan de andere kant van de lijn ook al zegt Luca niets. ‘Vrijdag om half zes is prima. Ik zal er zijn.’
De opluchting is duidelijk te horen. ‘Super, dan noteer ik het zo. Tot vrijdag.’
‘Tot vrijdag.’ Verwonderd kijkt Doris naar het telefoontoestel. Haar humor viel op een koude steen bij die Luca. Bovendien zou geen enkele twintiger vroeger op zo’n manier afscheid genomen hebben van een oudere dame. De tijden zijn duidelijk veranderd. Doris is blij dat ze het eind deze week achter de rug heeft.
Met de GSM kan ze sms-en, maar ze vindt dit moeilijk. Ze haat de vele icoontjes op het scherm. Wie heeft in godsnaam bedacht dat dit een goed idee zou zijn voor ouderen. Ze zou hem bellen maar hij neemt nooit op. Alleen als hij geld nodig heeft, dan komt hij langs of belt hij. SMS-en dan maar. “Eric, de 15.000 is overgeschreven.”
De reactie volgt direct. “Bedankt ma, je zal er geen spijt van hebben.”
“Het was wel de laatste keer. Het wordt tijd dat je op eigen benen staat. Er zal geen geld meer jouw richting uitkomen, ook niet als ik dood ben.”
Het gerinkel van het toestel doet haar zo schrikken dat ze het toestel laat vallen. Het duurt net te lang om alles terug op te rapen of die stomme voicemail neemt al over. Shit dan moet ze die straks weer bellen. De ping kondigt hem al aan. Ze klikt op het nummer in het bericht en hoort de robot zeggen “U heeft één nieuw bericht. Vandaag om vijftien uur tweeëndertig.” Een pauze en dan geroep. “Ma? Neem die telefoon op! Ma? Je kan niet zomaar zeggen dat ik geen geld meer krijg! En mij uit je testament schrappen? Wie denk je wel dat je bent? Aan wie zou je het wel geven? En zo snel gaat dat allemaal niet. Zie maar dat je nog leeft tegen dat je het wil veranderen. Ik kom je vinden. Kutwijf.”
De laatste woorden zijn gemompeld maar wel nog duidelijk hoorbaar. De laatste hoop op verandering is nu helemaal weg. Ze heeft de tranen lang tegengehouden maar nu kan ze ze niet meer stoppen. Voor het eerst is ze niet alleen kwaad maar echt bang. Tot nog toe bleef hij altijd beleefd, af en toe smekend of dreigend, maar dit klonk als een man die tot alles in staat is. Heel even twijfelt ze maar dan haalt ze haar koffer uit de bergruimte, steekt er kleren in voor enkele dagen en belt een taxi.
Doris gaat naast de taxichauffeur zitten, dat vindt ze leuker. Terwijl de taxi zich in beweging zet, ziet ze in de zijspiegel dat haar zoon aan komt gereden. Hij rijdt het gazon half op en stormt uit zijn wagen. Ze is voor het eerst blij dat hij niet erg opmerkzaam is en de taxi zelfs niet ziet.
Het motel is alles waar ze niet van houdt. Er is vasttapijt, de ramen gaan niet open, de badkamer is bekleed met plastieken wanden, de sprei op het bed is bijna zo oud als Doris zelf. Teleurgesteld gaat ze zitten op het versleten bed. Ze voelt haar leeftijd wanneer ze probeert op te staan. De te zachte matras geeft haar geen enkele tegendruk.
Twee nachten heeft ze slecht geslapen maar ondanks het slaapgebrek is ze er klaar voor. De tijd heeft ze gespendeerd aan terugkijken op de afgelopen jaren. Ze was begonnen met noteren wat ze hem allemaal gegeven heeft maar wanneer ze aan één miljoen euro kwam, is ze gestopt. Het heeft haar alleen maar bevestigd in haar voornemen.Dezelfde taxichauffeur als woensdag komt haar halen. Hij herkent haar maar spreekt niet tijdens de rit naar de notaris. Zo heeft ze ze graag. Bij de notaris gaat het vlug. Het testament is aangepast voor ze het weet.
‘Zijn we zeker dat het oké is zo?’
‘Jawel mevrouw Deridder. Uw zoon zal niets meer krijgen, alles gaat naar het buurmeisje op de dag dat u overlijdt.’
Een last valt van haar schouders. Het maakt haar nu niet meer uit. Ze gaat te voet naar huis. Op haar oprit en haar gazon staat nog steeds dezelfde auto. Voor de deur zit haar zoon, zijn haar verward, de wallen benadrukken zijn verwilderde blik. Hij heeft een honkbalknuppel vast. Ze weet wat er komt en is blij dat alles geregeld is.