Tijd voor een kwartaalupdate over mijn schrijfprojecten
Wedstrijden
Zoals in november aangekondigd heb ik terug deelgenomen aan de Georges Leroy wedstrijd maar ik zat niet bij de top vijf, dus geen echt succes. Ook mijn gedicht voor de poëziewedstrijd van Harelbeke (te lezen op 5/3/25) was geen winnaar.
Eind vorig jaar diende ik nog een verhaal in voor de wedstrijd Six Words Story van de bibliotheek van Leuven. Het woord zegt het zelf, ik moest een verhaal van zes woorden schrijven naar het voorbeeld van Hemingway (For Sale: Baby shoes. Never worn). Op 30 januari werden de winnaars bekend gemaakt en ik was er niet bij. (Mijn inzendingen kan je hier lezen in mei)
Een laatste lopende wedstrijd is die van Koester. Deze organisatie van het kinderkankerfonds biedt thuiszorg aan zieke kinderen. Ieder jaar sturen ze de families van de overleden kinderen een herinneringskaartje en daarvoor zochten ze een gedicht. En dus heb ik er ook eentje geschreven. (Hier te lezen in juni)
Nieuwpoort schreef recent een wedstrijd uit: De Carl De Keyzer wedstrijd. Daar wil ik ook graag aan deelnemen met een kort verhaal. Er is een deadline in april en dus zal ik dat verhaal in de komende periode uitdenken. En dan las ik dat er ook in Deinze een kortverhalenwedstrijd loopt met een deadline eind maart dus mogelijk doe ik daar ook nog een poging voor.
Ten slotte was ik me aan het voorbereiden voor de twee wedstrijden die normaal een deadline hebben in juni. Voor de Renate Dorrestein Prijs moest er een kortverhaal van 7500 woorden worden ingediend en dat is toch niet zo kort. Daarom heb ik in de afgelopen periode het verhaal bedacht en moest ik het “alleen” nog schrijven. En dan leerde ik vorige week dat de wedstrijd niet meer doorgaat. Het verhaal zal ik vermoedelijk omzetten in een kortverhaal voor later dit jaar op deze blog.
Voor de Editio debutantenwedstrijd moet ik een verhaal van 1500 woorden schrijven. Daar zal ik me in april mee bezig houden.
Wel wat wedstrijden die op de plank liggen dus. Benieuwd of ik in 2025 eens iets win…
Schrijfprojecten
In januari heb ik de vierde en laatste versie van Maggie’s erfenis geschreven. Het waren eerder kleine aanpassingen en begin februari heb ik het opgestuurd voor een manuscriptenanalyse. Dat vind ik wel een beetje spannend. Hopelijk wordt het niet helemaal afgebroken en moet ik niet alles herschrijven om er iets van te maken.
Tijdens deze laatste revisie heb ik ook gebrainstormd over een vierde boek. Ik kan er nog niet veel over vertellen, een eerste versie plan ik te schrijven in augustus-september.
Ik ben ondertussen gestart met de tweede versie van project zoo. Die versie is altijd degene die het meest verandert en dus ook het meeste werk. (zie ook mijn blog van 17 maart over hoe ik een boek schrijf). Het is dus nog lang niet klaar voor publicatie.
Mijn eerste toneelstuk is geen makkelijke bevalling. Ik schreef ondertussen 3 halve versies en ben in februari helemaal herbegonnen en eindelijk ben ik een beetje tevreden over het verhaal. Hoewel dit dus de vierde versie is, is het nog altijd maar een eerste versie en dus nog lang niet klaar voor andere ogen dan de mijn. Het is afwachten of dat ooit door iemand anders gelezen zal worden.
Het ziet ernaar uit dat ik dit jaar begonnen ben met een goede routine, ik slaag erin om (bijna) iedere dag een half uur te schrijven en dat levert vooruitgang op. Nu zien of we dit tempo volhouden…