Heb je ooit al eens een boek gelezen waarin de personages leven zoals wij? Personages moeten levensecht zijn en herkenbaar en toch lijken zij veel minder te slapen, te eten of zich te verplaatsen. Het is één van de zaken waar ik tegenaan loop tijdens het schrijven van langere verhalen. Mensen moeten namelijk slapen, eten, zich wassen, zich verplaatsen naar andere omgevingen, enzovoort. Maar in hoeverre moeten personages in het boek zo’n dingen doen? En hoeveel moet je hiervan tonen?
In een boek dat zich over een maand afspeelt, zouden de personages 30 keer moeten opstaan of gaan slapen. Als je dat doet in een boek, dan zal het resultaat vermoedelijk redelijk saai zijn. Anderzijds is het niet echt geloofwaardig als personages nooit iets eten of nooit slapen.
Een boek begint dan ook vaak met het hoofdpersonage dat ’s morgens ontwaakt. Maar dat blijkt een no go te zijn omdat het te cliché is geworden.
Ik vroeg me af hoeveel je werkelijk moet tonen van het dagelijks leven. Een kleine google-search maakte me niets wijzer. Ik overdrijf, er was één artikel waarin stond hoe je – aan de hand van hoe en wat een personage eet – kan tonen wie je personage is. En wanneer ik daar meer over nadenk, zie ik daar een opening om het dagelijks leven beter te integreren in het verhaal.
Meestal probeer ik de dagelijkse beslommeringen ongemerkt in het boek te laten sluipen. Door bijvoorbeeld te zeggen ‘de volgende dag’ insinueer je dat er een nacht voorbij gegaan is. Rond eten kan je dus iets meer doen. Je kan ontmoetingen laten plaatsvinden aan een lunch of een diner. Hierdoor gaat het niet zozeer om het eten in het verhaal maar om de ontmoeting. Of tonen wat ze wel graag eten en wat niet door iets dat in het verleden is gebeurd. Anderzijds wassen mijn personages zich zelden of nooit. Het wordt verondersteld dat als ze kleren aanhebben en ergens naartoe gaan dat ze gewassen zijn…
Door de dagelijkse routines te beschrijven op een manier dat duidelijk maakt wie je personages zijn, kan ik twee vliegen in één klap slaan. Ik laat dan niet alleen zien dat het echte mensen zijn want ja ook mijn personages slapen of eten. Doordat ze bij het opstaan altijd drie keer snoozen of door ze pas ruim na middernacht naar bed te laten gaan, toon ik iets over het feit dat ze geen ochtendmensen zijn. Ze laten genieten van worst en rodekool of van oesters, gevolgd door kreeft, zegt ook wel iets.
Mijn conclusie is dus dat het dagelijks leven aan bod kan komen in boeken maar enkel op zo’n manier dat het iets doet voor het verhaal: een ontmoeting met een ander personage, tonen hoe het personage zijn/haar persoonlijkheid is, enzovoort.