Een vreemde kerstavond

‘Graag gedaan mevrouw.’
De vrouw aan de andere kant van de lijn bedankt Lucie nog eens nadrukkelijk want zonder haar interventie om de internetconnectie te herstellen was haar kerstfeest een ramp geworden voor de kleinkinderen.
‘Dank u wel mevrouw, voor u ook een fijne kerstavond.’
Met een voldaan gevoel beëindigt ze het gesprek. In deze nieuwe job heeft ze echt het gevoel dat ze mensen kan helpen. Het is ondertussen elf uur en haar shift zit er op. Louis en Lara zullen ongetwijfeld de cadeautjes bij hun vader al gekregen hebben. Volgende week zijn ze bij haar en kan ze hen verwennen met oudejaarsavond. Het is voor het eerst dat ze helemaal alleen is op kerstavond. Andere jaren was ze de gastvrouw voor iedereen die haar ex uitnodigde. Het was iedere keer stressvol en hij trok zich niets aan van de voorbereidingen maar had wel kritiek als er iets misliep. Het leek haar fijn om de eerste kerstavond na de scheiding rustig in haar eentje door te brengen. Maar nu aarzelt ze om naar huis te gaan. Door het grote raam op de tiende verdieping ziet ze de sneeuw neerdwarrelen. De vele lichtjes die de stad verlichten geven haar niet het fijne kerstgevoel dat ze normaal heeft. De conclusie dat ze zich eenzaam voelt, duwt ze weg. Onderweg naar de lift voelt ze dat ze de tranen niet kan tegenhouden. 

‘Toch nog volk! Ik dacht dat ik de enige zot was die op kerstavond aan het werk was.’
Lucie schrikt van de diepe stem, veegt de tranen weg en draait zich om. Achter haar staat een man die ze al eens eerder zag in het gebouw maar ze weet niet wat hij hier doet. Zijn zwarte haar is in pieken geknipt en hij draagt een hippe bril. Het klassiek blauwe pak met witte hemd lijkt niet bij hem te passen.
‘Euhm neen, ik moest ook werken, klanten konden nog bellen tot elf uur.’
‘En wat heb jij verkeerd gedaan dat je op kerstavond de shift moet doen?’ Zijn ogen kijken haar ondeugend aan.
Het doet haar glimlachen. ‘Niets verkeerd gedaan. Ik had gewoon niets gepland.’ Ze drukt op het liftknopje. ‘Heb jij wel iets verkeerd gedaan?’
‘Neen, ik ben ook gewoon saai.’
De “ook” irriteert Lucie een beetje.
‘En het ergste is nog dat ik hier helemaal niet moest zijn. Ik realiseerde me pas enkele minuten geleden dat het einde van de werkdag al een tijdje voorbij was en dat het tijd was om naar huis te gaan.’
Een man die opschept over zijn lange dagen, daar heeft Lucie helemaal geen zin in. Ze hoopt dat de lift snel komt.

De lift moet van op 0 komen. Ze staart naar het scherm waar de verdiepingen langzaam optellen. Bij nummer 5 klinkt er een enorm kabaal, tegelijk valt alle licht uit en er ontsnapt Lucie een kreetje. Het is enkele seconden pikdonker. De noodverlichting gaat aan en ze hoopt dat het vage licht het schaamrood op haar wangen verbergt.
‘De elektriciteit is uitgevallen.’
Zover was Lucie ook al. 
‘We zullen de trap moeten nemen.’ 
‘Is hier een trap?’
Hij lacht luidop: ‘Yep dit gebouw is volledig uitgerust met alle laatste snufjes, ook een trap.’
Lacht hij haar nu uit? ‘Ik werk hier nog niet zolang, niemand heeft me de trap getoond.’
‘Tja tien verdiepingen naar beneden gaan, doet ook niemand voor zijn plezier. Kom het is langs hier.’ Voordat hij doorgaat, draait zich om naar Lucie. ‘Ik ben Pascal trouwens.’
Lucie neemt de uitgestoken hand aan: ‘Lucie, aangenaam.’

Naar beneden lopen in de slecht verlichte traphal is lastiger dan Lucie had gedacht. Ze is opgelucht wanneer de nul van het gelijkvloers op de muur hangt. Pascal duwt de deur open en ze lopen de grote inkomhal in. 
‘Wow, de sneeuw heeft precies lelijk huisgehouden.’ Hij wijst naar buiten waar de sneeuw opgestapeld ligt voor de grote ramen. Het ligt minstens 20 centimeter hoog. Lucie heeft nog nooit zoveel sneeuw bij elkaar gezien. 
‘Dat ziet er niet goed uit.’ 
Pascal loopt naar de deur en op dat moment krijgt Lucie een bericht van haar zus: Ben je al thuis? Zonet gehoord op de radio dat ze een zware sneeuwstorm verwachten, iedereen moet binnen blijven.
Ze ziet dat Pascal moeite heeft om de deuren open te duwen. 
‘Lukt het niet?’
Hij schudt zijn hoofd. ‘Neen, ik vrees dat ze dichtgevroren zijn.’
‘Mijn zus stuurt net een bericht. Er zou een sneeuwstorm onderweg zijn. Ze zeggen dat we binnen moeten blijven.’
‘Hier?’ Hij kijkt rond zich. ‘Ik had nu niet direct iets gepland maar om kerstavond door te brengen op kantoor zonder elektriciteit is er misschien toch een beetje over.’

Ondertussen heeft Lucie enkele nieuwssites bovengehaald. ‘Er is sprake van de grootste storm van de afgelopen eeuw. Alle openbaar vervoer ligt stil en iedereen wordt aangemaand binnen te blijven. Ik heb hier ook geen zin in maar het lijkt me ook niet fijn om op kerstavond kilometers door een kerststorm te lopen met het risico op ongelukken.’
Pascal duwt nog eens tegen de deuren, zonder succes. ‘Ik denk dat we niet veel keuze hebben.’
Ze kijken elkaar aan. Lucie vreest dat hij toch zal proberen buiten te gaan en wat moet ze dan doen? Alleen hier blijven?
Dan verschijnt er een ondeugende glans in zijn ogen. ‘Goed! Dan organiseren we hier een kerstfeestje.’ Hij neemt haar hand vast en verbouwereerd volgt ze hem. Doelgericht opent hij een deur. 
‘Waar gaan we naartoe?’
‘Ah! Ik neem je mee naar het grote geheim van dit bedrijf, groter dan het feit dat er trappen zijn!’
Hij opent de volgende deur en ze staan in de bedrijfskeuken. Alsof hij thuis is, opent hij gezwind de grote koelkast.
‘De elektriciteit werkt niet dus als wij het niet opeten en uitdrinken, is het toch verloren.’ Twee grote borden met hapjes zet hij op het aanrecht. ‘Champagne?’ Zijn knipoog stelt haar niet helemaal gerust.
‘Zouden we dat wel doen? Is dit geen diefstal?’
Zijn diepe lach geeft haar een warm gevoel. ‘Ik denk dat het feit dat we met kerstavond zijn opgesloten in een donker kantoorgebouw, voldoende reden zijn om het te lenen. Neem jij de borden?’
Nadat hij twee glazen voor de champagne uit de kast heeft gehaald, keert hij terug naar de inkomhal. ‘Volg mij.’
Hij loopt de hele inkomhal door en opent een deur die volledig verborgen zit in de muur, onzichtbaar voor de toevallige passant.
‘Ik wist niet dat er zoveel geheime ruimtes waren.’
‘Je moet weten waar je moet zoeken.’ Hij knipoogt en weer krijgt ze een warm gevoel.

Achter de deur staat een heuse salon met twee grote fauteuils en een mooie ovalen salontafel. Er zijn twee grote ramen die uitkijken op een prachtig verlicht park bedekt onder een laag sneeuw. Lucie kijkt met open mond naar buiten. ‘Dat is prachtig!’
‘Hier komen de grote bazen als ze iemand willen overtuigen om een moeilijk contract te tekenen. Als ze hier enkele minuten hebben gezeten, tekenen ze zonder protest.’
Samen genieten ze in stilte van het uitzicht en van hun eerste glas champagne.

‘En hoe komt het dat jij niets te doen had vandaag?’
Lucie vertelt kort over het feit dat haar kinderen bij haar ex-man zijn en ze eigenlijk wel blij was met een rustige avond. Onverwacht voelt ze terug de tranen in haar ogen terugkeren. ‘Sorry ik ben normaal niet zo emotioneel.’
‘Scheidingen zijn altijd moeilijk.’
‘Ben je ook gescheiden?’
‘Niet echt. We waren niet getrouwd. Twee maanden geleden vertelde ze ineens dat het genoeg was. Ze is vertrokken naar Griekenland. Twintig jaar waren we samen.’
‘Dat spijt me.’
Hij haalt zijn schouders op. ‘Ik denk nu dat het niet anders kon. We maakten meer ruzie dan goed is voor een relatie.’

De hapjes zijn heerlijk. Pascal bedient haar continu en ze hoeft geen hand uit te steken. Wanneer het frisser wordt, want ook de verwarming doet het niet meer, haalt hij uit een kast twee dekens. Ze gaan comfortabel liggen in de zetels en praten nog enkele uren door. Lucie vertelt enthousiast over haar twee kinderen en over de cadeaus die ze voor hen heeft voorzien. Pascal luistert aandachtig en is even enthousiast als zij over het voetbalabonnement voor Louis en over de nieuwe computer voor Lara. Hij vertelt over hoe hij toch een kerstboom opzette ook al had zijn lief de helft van de decoratie mee. Ze lacht met zijn grapjes en hij met de hare. Tegen een uur of vier, nadat ze een tweede fles champagne hebben geledigd, vallen ze in slaap.

’S morgens op kerstdag worden ze gewekt door het gepiep van hun beide gsm’s. 
‘Het is al elf uur!’ Lucie roept het uit. ‘Ik moet om half twaalf de kinderen ophalen!’ Ze springt uit de zetel en doet zo snel mogelijk haar schoenen aan.
‘Rustig aan Lucie! Zullen we eerst eens kijken of het veilig is?’ 
De sneeuwstorm lijkt voorbij. Hoewel er nog altijd een dikke laag sneeuw ligt, is de wind gaan liggen en schijnt er zelfs een waterzonnetje binnen in de grote inkomhal. Wanneer Pascal de deuren probeert, geven ze deze keer wel mee.
Lucie wrijft haar haar plat. ‘Zal ik nog even helpen opruimen?’
‘Neen hoor, ik regel dat wel.’
‘Ben je zeker? Ik zou niet willen dat je in de problemen komt hierdoor.’ En hoewel ze het meent, hoopt ze toch dat ze direct door kan gaan. Ze wil niet te laat zijn bij haar ex.
Hij glimlacht. ‘Maak je geen zorgen. Ik krijg het wel uitgelegd.’ Hij aarzelt terwijl hij de deur voor haar openhoudt. ‘Bedankt voor één van de fijnste kerstavonden sinds lange tijd. Ik zou je graag uitnodigen voor een echt etentje. Zo eentje aan een tafel met stoelen en een ober, in een warme plek.’
‘Ik heb er ook echt van genoten.’
‘Is dat een ja?’
Ze lacht. ‘Oké, dat is een ja.’
‘Je mag een uitnodiging verwachten!’ Hij geeft haar een zedige kus op de wang en Lucie loopt zo snel mogelijk naar de metro.

Op de metro krijgt Lucie een e-mail van haar werk. Het zijn de kerstwensen van de grote baas. Met open mond staart ze naar de ondertekening. “Pascal Passens. CEO” 
Zou het? Neen toch?

1 Reactie on “Een vreemde kerstavond

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *